Op de toonbank naast de kassa liggen er altijd wel een aantal kookboeken te koop. Wisselend aanbod, altijd in een eenvoudige uitvoering voor een zinvolle prijs. Van die boeken waarin het leuk bladeren is; waar een ezelsoor als bladwijzer, je aantekeningen en een spat saus als teken van gebruik in thuishoren.

Een kookboek?
We halen toch gewoon van internet?

Ja hoor, dat doen we zelf ook.
Maar internet is voor recepten een valkuil. Er zitten echt pareltjes tussen de recepten, maar wanneer je nooit geleerd hebt om recepten te lezen, dan val je in een beerput van middelmatige tot ronduit treurig stemmende beschrijvingen. Natuurlijk, allemaal bejubeld met 5 sterren. Waarschijnlijk door familie, of keukenhulpjes die geen pannenlap van een tofu-schnitzel kunnen onderscheiden.

Daarmee vind je die pareltjes die geschikt zijn voor jouw niveau niet.
Je moet dus recepten leren lezen. Zeker wanneer je weinig ervaring hebt. Dan is een kloppend recept van gerechten die je niet kent de sleutel tot je succes. Echt succes.

Internet is voor het leren van andere technieken, zoals je die voor oosters, of mediterraan, of midden-oosters eten nodig hebt een ondoorgrondelijke bron. Bij dat losse recept vind je het niet, bij een zoekopdracht land je al snel in (semi)professionele beschrijvingen, die verwijzen naar andere (semi)professionele beschrijvingen en kennis van vaktermen die voorondersteld wordt.

Jazeker, zo zoeken we zelf ook.
Maar wanneer je begint met koken moet je Chinese kookboek je aanwijzingen geven hoe, en waarom zo, je het beste kunt snijden.
Je Indonesische kookboek moet je aanleren, welke kruiden je tot een pasta wrijft, welke juist niet en op welk moment je ze in de pan moet doen.Een Indiaas kookboek, hoe je kruiden poft.
Je Italiaanse kookboek moet je vertellen, welke pasta traditioneel met welke saus gegeten wordt.
Een Libanees kookboek (lastige keuken trouwens) vertelt hoe je balletjes vult, of in welke volgorde je de ingrediënten voor tehina moet mixen. En dat soort dingen leer je alleen door de samenhang in een kookboek; niet door hap-snap van internet wat recepten te halen.
Een goed kookboek neemt je mee op ontdekkingsreis. Wat eenvoudiger gerechten met mooi resultaat. Daarmee leer je de keuken kennen. Wat ingewikkelder daarna.
Ze vertellen je wat over handige techniek, zoals die soms in eeuwen voor bepaalde gerechten is ontstaan. Over ingrediënten die bij die regio horen. Van welke kruiden je best ruim kunt doseren, van welke je maar een mespunt moet gebruiken.

Heb je eenmaal die kennis, herken je de opbouw van een recept, herken je de do's en don'ts van een bepaalde keuken, dan heb je geleerd te balanceren op een balk boven die beerput en wordt internet een geweldige bron van inspiratie, de plek waar je net dát recept vindt, dat in het restaurant op vakantie zo lekker was.
En, dan kun je het ook zelf echt maken. Dat is iets heel anders, dan zo'n beetje namaken, zoals die brei van ‘geweldige’ recepten.
Met zelfs al een beetje van die techniek kun je gaan experimenteren. Zien of je met die groente die je wél in huis hebt ook iets leuks kunt maken Dat kan geslaagd zijn of de laatste keer, dat je die combinatie maakt; dat hoort er nu eenmaal bij. En wil je wat dieper dan wat onze kookboeken je kunnen leren, dan heb je de kennis daarvoor ook al binnen.

Kom eens bladeren, zoek een boek uit.
Vind ook uit, dat het koken vanaf papier een stuk prettiger gaat dan vanaf een tablet; dat je in een boek dat leuke recept met je eigen aantekeningen makkelijker terugvindt dan op een losse print.
Koop er meteen een maatlepelsetje bij. Vind je een kookboek met Amerikaanse recepten, neem dan ook meteen een setje cup-maten mee.
Die maten zijn internationaal gelijk. Steeds minder schrijvers gebruiken 'een half kopje', 'een glas', 'een lepeltje' als beschrijving. Gelukkig maar, want steeds meer mensen moeten zichzelf leren koken. En dan is verwarring in hoeveelheden een bron van irritatie en grond tot afhaken.



lepelmaten
aan één setje heb je al snel niet meer genoeg. Bijvoorbeeld wanneer je zowel nat als droog om en om moet afmeten.
De setjes hebben in elk geval:
Dit gaat om afgestreken lepels, dat kun je het beste met een vlak aardappelmesje ook echt doen.
Dat zijn heel andere maten dan de eet- en theelepels die in je tafelbestek horen. Alleen sterk verouderde edities van kookboeken verwijzen daar nog naar.

Sommige setjes hebben ook andere maten: Weer andere setjes hebben lepeltjes voor ¼ en ⅛ theelepel. Kom je ze tegen, grijp de knip en neem 'm mee. Ze zijn schaars in Europa en enorm praktisch bij kruiden mengen. Voor het 'mespunt' is geen lepeltje. Neem een tafelmes of een derde van ⅛ theelepel. Zoveel als drie 'snufjes'. Een 'snufje' is de hoeveelheid, die je tussen duim en wijsvinger kunt vasthouden. Weinig dus.

cup-maten
Amerikaanse recepten gebruiken geen gewicht, maar ook voor grotere hoeveelheden inhoudsmaten. Die kunnen ook voor je eigen recepten handig zijn.
Ga uit van een afgestreken cup, tenzij het kookboek anders aangeeft.

Een setje cup-maten bestaat uit 4 elementen: